Eerste verwijzing naar de stad Kisho

Eerste verwijzing naar de stad Kisho

Ik wilde vragen wanneer precies in het spijkerschriftverslag de naam Kish voor het eerst werd genoemd. Ik realiseer me dat Kish als Sumerische natie al in 3000/2900 voor Christus heeft bestaan, maar wanneer kreeg de stad een officiële naam. Bedankt.


Ik weet niet of dit de vroegste is, maar de eerste vermelding van Kish is van tabletten uit de Jemdet Nasr-periode die ergens tussen 3100-2900 vGT dateren.

De eerste Sumerische referentie komt uit de lijst van koningen:

"Nadat de vloed was overspoeld en het koningschap uit de hemel was neergedaald, was het koningschap in Kis."

Hoewel ik niet zeker weet of sommige oude steden "officieel" door iemand zijn genoemd. Het zou me niet verbazen als oude steden werden genoemd zoals de meeste steden hun naam kregen in de middeleeuwen in Europa. Door de lokale bevolking die ernaar verwijst door waar het is, of wat het maakt.


Wie was de eerste koning ter wereld?

Gedurende een groot deel van de menselijke geschiedenis hanteerden koningen – mannelijke monarchen – de meeste macht van de beschaving. Mannen als Willem de Veroveraar, Genghis Khan en Toetanchamon waren ongelooflijk belangrijk. Van belastingen tot religieuze aangelegenheden tot oorlogvoering, koningen hadden het laatste woord over allerlei vitale zaken.

Gezien de betekenis van deze mannen, is het redelijk om je af te vragen: wie was 's werelds allereerste koning?

Het antwoord lijkt misschien in het stof van de geschiedenis te zijn verdwenen, simpelweg omdat de geschreven verslagen van de eerste koning de tijd misschien niet hebben overleefd. Het is dus "mogelijk een onbeantwoordbare vraag", zegt Mark Munn, hoogleraar geschiedenis aan de Penn State University, per e-mail.

De belangrijkste uitdaging is natuurlijk dat er geen volledige historische gegevens zijn die koningen documenteren die 5000 jaar geleden leefden. Er is ook de kwestie van welke oude woorden verwezen naar wat wij als koningen beschouwen. In het gebied rond Egypte bijvoorbeeld werd het woord 'farao' pas in 1570 v.G.T. gebruikt.

De Sumerische koningslijst

Sommige historici zeggen dat Egypte aanspraak kan maken op 's werelds eerste koning, misschien Iry-Hor of Namer. Ze verwijzen naar de Sumerische Koningslijst, een oud manuscript vol met de koningen - echt en fictief - die ooit het gebied rond het huidige Irak regeerden. Deze tekst, ontdekt in het begin van de 20e eeuw, is zo oud dat de eerste "pagina's" op spijkerschrifttabletten zijn gegraveerd.

"Volgens een latere Mesopotamische traditie, vastgelegd in de Sumerische koningslijst, was de eerste koning Alulim, heerser van de stad Eridu. Hij leefde in de mythologische tijd vóór de zondvloed en wordt (in sommige manuscripten) gecrediteerd met een regering van 28.000 jaar', zegt Eckart Frahm, hoogleraar talen en beschavingen in het Nabije Oosten aan de Yale University, via e-mail. "Volgens dezelfde bron was de eerste koning na de zondvloed een zekere Gushur, van wie wordt gezegd dat hij 1200 jaar in de stad Kisj heeft geregeerd." De Sumerische koningslijst vertoont enkele opmerkelijke overeenkomsten met de eerste hoofdstukken van Genesis, waaronder een verhaal van een grote overstroming of zondvloed, waarbij in de Bijbel de ark van Noach betrokken was.

De Sumerische Koningslijst is allesbehalve letterlijk. Het vermengt de werkelijkheid met de mythologie, dus de koningen hadden zogenaamd een heerschappij van tienduizenden jaren.

"Veel van de personen die in de eerste secties van de Sumerische koningslijst worden genoemd, zijn echter duidelijk fictieve figuren, en dit kan heel goed van toepassing zijn op de . voornoemde [Gushur en Alulim]”, zegt Frahm.

"Onder de eerste heersers wiens namen zijn gedocumenteerd in hedendaagse geschreven bronnen zijn Me (of Ishib)-baragesi van Kish, Akka-Inannaka van Umma en een zekere HAR.TU (exacte uitspraak onbekend) van de stad PA.GAR (modern Tell Agrab ). Ze regeerden waarschijnlijk rond 2700-2600 v.G.T."

Me-baragesi wordt de eerste heerser van Mesopotamië genoemd (circa 2700 v.G.T.), en ons bewijs van zijn heerschappij komt uit inscripties die op vaasfragmenten zijn gevonden. Als leider van Kish, een noordelijke Babylonische stad, versloeg hij naar verluidt Elam, een beschaving in wat nu Iran is, en leidde hij vervolgens 900 jaar lang zijn volk. De belachelijke levensduur niet meegerekend, is Me-baragesi misschien wel de eerste koning in de geschiedenis.

Maar hij is niet de enige die deze titel claimt.

"De eerste heerser wiens regering we enigszins kunnen zien, is die van de persoon begraven in Tomb U-j in Abydos", zegt John Darnell, professor Egyptologie aan de Yale University, via e-mail. Dit graf dateert uit ongeveer 3320 v.G.T. "Chronologisch lijkt hij de eerste heerser te zijn geweest van wat we Dynastie 0 noemen, het verenigde koninkrijk van Opper-Egypte wiens laatste heerser, Narmer, de Opper-Egyptische controle over het noorden consolideert en de Eerste Dynastie vestigt.

"Het oudste nog bestaande element van identificeerbare koninklijke regalia, een boef van het standaard Egyptische boef- en dorsvlegelpaar, werd gevonden tijdens de heropgraving van het graf door het Duitse Archeologisch Instituut in Egypte (DAIK). De begrafenis bevatte ook tal van voorbeelden van markeersystemen, waaronder een reeks gegraveerde botlabels."

Koning Schorpioen

Darnell zegt dat onderzoekers nog steeds verschillende delen van hun bevindingen proberen te ontcijferen, die mogelijk een van de vroegste vormen van schrijven van de mensheid vertegenwoordigen. Uiteindelijk kunnen ze wijzen op een belangrijke strijd die plaatsvond, een die aanleiding gaf tot een verenigde beschaving, geleid door een man die misschien - of misschien niet - Schorpioen had genoemd. (Een tableau dat Darnell ontdekt op de plaats Gebel Tjauti, in de Thebaanse Westelijke Woestijn in Egypte, toont een beeldhouwwerk van een schorpioen boven een valk, een symbool dat ofwel 'konten' betekent of de god Horus in de Egyptische geschiedenis.)

Darnell, die tientallen jaren de Egyptische geschiedenis heeft bestudeerd, zegt dat "Scorpion" "de vroegste heerser is voor wie we volgens mij een aanduiding kunnen voorstellen, zo niet een persoonlijke naam, voor wiens regering we gebeurtenissen kunnen zien, en wiens fysieke aspecten enigszins bewaard zijn gebleven in zijn begrafenis in graf Uj."

Darnell zegt ook dat een andere inscriptie die zijn team ontdekte, wijst op vroege royalty's. De grootschalige el-Khawy-inscriptie is ook paleografisch van dezelfde datum als Gebel Tjauti en toont een monumentaal gebruik van hiërogliefen aan het begin van het schrift.

"Die inscriptie lijkt één duidelijke fonetische tekenwaarde te bevatten - akh, "helderheid", voor het teken van de kale ibis, "zegt hij. "De inscriptie maakt ook een statement dat koninklijke macht gelijkstelt met zonne-orde, en is dus de eerste uitdrukking van goddelijk koningschap."

Inderdaad, veel vroege koningen eisten het gezag van de goden op als rechtvaardiging om te regeren. Frahm voegt eraan toe dat veel Mesopotamische koningen zelfs zeiden dat ze waren goden, maar dat idee werd uiteindelijk verworpen "misschien omdat heersers vaak al te menselijk leken in de ogen van hun onderdanen."

Wat betreft waar het idee van koningschap vandaan kwam, meent Frahm dat dit direct verband hield met de noodzaak om arbeid te organiseren. In het oude Mesopotamië waren er grote aantallen bouwvakkers, boeren, ambachtslieden, herders en verkopers van goederen.

"Om dit allemaal voor elkaar te krijgen, ontstond er een managementklasse - die een deel van de landelijke rijkdom voor zijn eigen bestwil afsloot", zegt hij. "De persoon aan het hoofd van de bestuurlijke ladder - en mogelijk ook van de militaire troepen die nodig zijn om de economische activiteiten die op deze manier worden gefaciliteerd te beschermen - zou uiteindelijk als 'koning' worden beschouwd. Om de economische ongelijkheid die inherent is aan het systeem te legitimeren, werd een koninklijke ideologie gecreëerd die het koningschap promootte als een goddelijk gesanctioneerde instelling.


King James Bijbelwoordenboek

1. Een leviet uit de familie van Merari (1 Kronieken 23:21 24:29).

2. Een Benjaminiet van Jeruzalem (1 Kronieken 8:30 9:36).

3. Een Leviet in de tijd van Hizkia (2 Kronieken 29:12).

4. De overgrootvader van Mordechai (Esther 2:5).

5. Een Benjaminiet, de zoon van Abiel, en vader van koning Saul (1 Samuël 9:1, 3 10:11, 21 14:51 2 Samuël 21:14). Het enige dat van hem is opgetekend, is dat hij zijn zoon Saul stuurde om zijn afgedwaalde ezels te zoeken, en dat hij in Zelah werd begraven. Cis genoemd, Handelingen 13:21 (R.V., Kis).

hard moeilijk rietje voor leeftijd

5. Overgrootvader van Mordechai
Ester 2:5

  1. De vader van Saul een Benjaminiet uit de familie van Matri. (BC 1095.)
  2. Zoon van Jehiel en oom van de voorgaande. (1 Kronieken 9:36)
  3. Een Benjaminiet, overgrootvader van Mordechai. (Esther 2:5)
  4. Een Merarit uit het huis van Mahli, uit de stam Levi. (1 Kronieken 23:21,22 24:28,29)

hardheid zijn ernst zijn overtreding

Ook wel Kushaiah genoemd, vader van Ethan, een hoofdassistent in de tempelmuziek.
1 Kronieken 6:44 1 Kronieken 15:17

(boog van Jehovah), een Merarite, en vader van de voorouder van Ethan de minstreel. (1 Kronieken 6:44)

Hardheid, een stad van Issachar toegewezen aan de Gersonitische Levieten (Jozua 19:20), hetzelfde als Kison (21:28).

(hardheid), een van de steden aan de grens van de stam Issaschar, (Jozua 19:20) die met zijn voorsteden aan de Gersonische levieten was toegewezen. (Jozua 21:28) Geautoriseerde versie KISHON.

Kronkelend, een winterstroom van Midden-Palestina, die ontspringt rond de wortels van Tabor en Gilboa, en in noordelijke richting door de vlakten van Esdraelon en Akko gaat, valt in de Middellandse Zee in de noordoostelijke hoek van de baai van Akko, bij de voet van de Karmel. Het is de afvoer waardoor de wateren van de vlakte van Esdraelon en van de bergen eromheen hun weg naar de zee vinden. Het draagt ​​de moderne naam Nahr el-Mokattah, d.w.z. "de rivier van slachting" (comp. 1 Koningen 18:40). In het triomflied van Debora (Richteren 5:21) wordt er over gesproken als "die oude rivier", ofwel (1) omdat het eeuwenlang had gestroomd, of (2), volgens de Targum, omdat het "de rivier was". stroom waarin tekenen en wonderen aan het oude Israël werden getoond" of (3) waarschijnlijk verwijst de verwijzing naar de heldendaden in dat gebied onder de oude Kanaänieten, want de aangrenzende vlakte van Esdraelon was het grote slagveld van Palestina.

Dit was het toneel van de nederlaag van Sisera (Richteren 4:7, 13), en van de vernietiging van de profeten van Baäl door Elia (1 Koningen 18:40). "Als de Kison op zijn hoogtepunt was, zou hij, mede door zijn drijfzand, net zo onbegaanbaar zijn als de oceaan zelf voor een terugtrekkend leger." (Zie DEBORA.)

Ook Kison genoemd. Een bekende rivier van Palestina die uitmondt in de Middellandse Zee nabij de noordelijke voet van de berg Karmel.

Profeten van Baäl vernietigd door Elia at
1 Koningen 18:40

(opwinden), De rivier, een stroom of winterstroom van centraal Palestina, het toneel van twee van de grootste prestaties van de Isr'litish geschiedenis

de nederlaag van Sisera, Richteren 4, en de vernietiging van de profeten van Baäl door Elia. (1 Koningen 18:40) De Nahr Mukutta , de moderne vertegenwoordiger van de Kison, is de afvoer waardoor de wateren van de vlakte van Esdr'lon en van de bergen die die vlakte omsluiten hun weg vinden door de vlakte van Akko naar de Middellandse Zee. Het deel van de Kison waar de profeten van Baäl door Elia werden afgeslacht, lag ongetwijfeld dicht onder de plek op de Karmel waar het offer had plaatsgevonden.


De Sumerische koningslijst

In overeenstemming met het Sumerische verhaal waren er 7 eerdere tijdperken (tijd ongeveer 270.000 jaar) vóór de zondvloed.

De vroeg-Soemerische koningslijst noemt acht koningen met een totaal van 241.200 jaar vanaf de tijd dat "het koningschap uit de hemel werd neergelaten" tot de tijd dat "de zondvloed" over het land raasde en opnieuw "het koningschap uit de hemel werd neergelaten" na de zondvloed. (Thorkild Jacobsen, The Sumerian King List, 1939, blz. 71, 77).

In de lijsten wordt het koningschap gezien als een goddelijke instelling: het komt uit de hemel. De openingsregel van de tekst is:

Toen het koningschap uit de hemel werd neergelaten, bevond het koningschap zich in Eridug. Daarom wordt het koningschap gezien als een instelling die door verschillende steden wordt gedeeld. Elke stad komt gedurende een bepaalde periode aan de beurt.

Het Sumerische teken voor 'regering' of 'jaar(en) van de regering' is hetzelfde teken voor 'turn', , bala, door de Akkadiërs als leenwoord genomen als pal'369.

Het is geschreven met het teken BAL, wat in de latere Nieuw-Assyrische spelling . In het Akkadisch wordt het gebruikt als een logogram. Het teken ontwikkelde zich van een pictogram van de shuttle van een weefgetouw (het draaiende deel, om weefsel te weven, samen met de aanduiding voor 'hout' betekent het nog steeds 'shuttle van een weefgetouw') en werd gebruikt voor woorden met de betekenis 'draaien', ‘turn’ en dus ook ‘overheid’.

Ongeveer acht (in andere versies tien) antediluviaanse koningen worden genoemd samen met hun regeringsperiode. De eerste koningen regeerden in prehistorische tijden en leefden ongelooflijk lange tijdsperioden voor de zondvloed. Bij elkaar opgeteld zouden ze 241.200 jaar hebben geregeerd.

Geleerden zijn zich ervan bewust dat er zelfs een probleem is met de tijd dat de koningen leefden en ook met welke koningen uiteindelijk samen regeerden in verschillende steden. We zullen zien dat ze ongelijk hebben omdat er maar een paar dynastieën samen bestonden, maar de meeste volgden elkaar op zoals de koningslijst duidelijk beschrijft.

Zoals vermeld, zijn geleerden niet bereid om de lange levensduur van de eerste koningen in deze lijst uit te sluiten en ze zeggen dat de levensduur puur fictief is, maar aan de andere kant accepteren de meeste van hen de lange levensduur van de Aardvaders in de Bijbel als waar. Ik kan me niet voorstellen dat gedurende een periode van duizenden jaren waarin verschillende versies van de Koningslijst werden opgeschreven, alle auteurs propagandisten waren. Geloof jij dat, ik niet.

Geleerden hebben hun tijdlijn samengesteld omdat ze de Koningslijst met "Mensenogen" lezen. Niettemin geloven de meeste geleerden nog steeds in de lange levensduur van de Aardvaders in de Bijbel (Adam - Noach van ongeveer 900 jaar elk). Ze accepteren dat als een feit maar waarom niet de tijdlijn van de Sumerische koningslijst als een feit?.

Een ander argument is dat Assyriologie een jonge wetenschap is en dat het onmogelijk is dat wetenschappers een definitieve conclusie kunnen trekken dat de tijdspannes, genoemd in de Koningslijst, gebaseerd zijn op fictie.

Tijdens mijn studie van de koningslijst Ik kwam een ​​probleem tegen met betrekking tot de tijd waarin de koningen regeerden, dus besloot ik eerst te kijken of er verhalen zijn die met sommige koningen in verband kunnen worden gebracht en ik heb er inderdaad een aantal gevonden. Een ander probleem was de tijdlijn van de geschiedenis die in de lijsten was opgetekend. Ik kwam tot de conclusie dat de reconstructie alleen mogelijk was toen ik een berekening maakte terug in de tijd.

De tijd waarin Ur-Nammu, de stichter van de derde dynastie van Ur, leefde (2112 - 2094 vGT) is bekend en aanvaard door de meeste geleerden. Met deze datum in het achterhoofd kon ik een berekening maken terug in de tijd tot de eerste koningen van de koningslijst. Dus ik gebruikte de chronologie van de Sumerische koning terug in de tijd van Koning Ur-Nammu, de oprichter van de Ur III dynastie. Uiteindelijk accepteerde ik de tijden die in de koningslijst worden genoemd als de waarheid, inclusief de regeringsjaren van de vroege koningen. Met dat in gedachten maak ik een berekening terug in de tijd tot de datum van de zondvloed en de datum waarop het koningschap voor het eerst uit de hemel werd neergelaten.

We zullen ook zien dat de tijdlijn van geleerden is gebaseerd op de theorie dat de meeste dynastieën in de Sumerische periode tegelijkertijd bestonden, maar naar mijn mening is dat het meest onzeker omdat de koningslijst heel duidelijk is in zijn uitleg van, tenminste , de opvolger van de meeste dynastieën, desalniettemin is er inderdaad bewijs dat sommige ervan tegelijkertijd bestonden.

ik ben me er bewust van dat sommige dynastieën bestonden inderdaad samen, dat kunnen we lezen in sommige verhalen op tabletten gevonden in Mesopotamië maar dat concludeert dus niet alle dynastieën bestond in een paar honderd jaar, in het tijdschema van geleerden. Dat is naar mijn mening het probleem waarom de tijdschema overhandigd door geleerden is verkeerd.

Voor volledige vertaling op de Sumerische koningslijst document: HIER

Ga terug

De echte tijdlijn van Mesopotamië

We kunnen ons nog steeds niet voorstellen dat de mens zo lang zou kunnen leven als geschreven in de Sumerische koningslijst maar waren ze echt mannen? Nee dat waren ze niet. De periode waarin de moderne mens werd geschapen door de goden past niet in de periode van de eerste acht koningen van de lijst. De conclusie kan dan ook worden getrokken dat deze koningen tenminste goden of Halfgoden en ze kwamen uit de hemel zoals duidelijk is geschreven, verder regeerden ze lange tijd op aarde voor de zondvloed.

De eerste dynastieën van Kic en Unug na de zondvloed, toen het koningschap voor de tweede keer uit de hemel werd neergelaten, waren ook goden en Halfgoden en ze regeerden op aarde tot historische tijden. De meeste van hen al duizenden jaren en de "directe" nakomelingen van deze goden voor honderden jaren. Bewijs daarvan kunnen we vinden in verschillende verhalen van de Koningen van Kic en Unug.

De Sumerische tabletten en de Bijbel ook zijn daar heel duidelijk over, maar geleerden geloven niet in deze verhalen zoals eerder vermeld, dus hebben ze de heerschappij van deze oude koningen teruggebracht tot een periode van 150 jaar voor ALLE dynastieën. Als je gelooft wat er in de Bijbel staat en de hoofdstukken leest voordat je kunt concluderen dat de Aardvaders uit de Bijbel en de Goden van Mesopotamië lang leefde en dat een lang leven in die tijd gebruikelijk was.

Met dat in het achterhoofd heb ik een tijdschema gemaakt met de Koningen die genoemd worden in de Sumerische koningslijst. Zoals gezegd heb ik deze berekening terug in de tijd gemaakt vanaf de tijd van Koning Ur-Nammu, de stichter van de derde dynastie van Ur, omdat de meeste geleerden er min of meer zeker van zijn dat hij regeerde van 2.112 - 2.094 vGT.

De lezer kan al snel zelf de conclusie trekken dat de tijd waarin de zondvloed plaatsvond veel vroeger in de geschiedenis moet worden geplaatst dan de geleerden ons vandaag leren.

Om samen tot deze conclusie te komen, zullen we de hele vertaling van de . lezen Sumerische koningslijst, de originele en oudste tekst, gedateerd rond 2000 v.Chr. De zogenoemde, Isin-versie daterend van ongeveer 1800 v.Chr.


Geschiedenis van de Sumeriërs - De 'eerste' van de beschaafde Mesopotamiërs

Bron: Khan Academy

Gepost door: Dattatreya Mandal december 6, 2019

Als we het hebben over de Sumeriërs, hebben onze populaire opvattingen meestal betrekking op een geavanceerde beschaving van Mesopotamië. We moeten echter ook begrijpen dat het vanuit historisch perspectief veel belangrijker is om te praten over de Sumerische cultuur (die van nature heterogeen was), in tegenstelling tot een enkelvoudige Sumerische politieke entiteit. Dat komt omdat de Sumeriërs, als volk, het grootste deel van hun bestaan ​​waren verdeeld in verschillende stadstaten en koninkrijken, meestal binnen de grenzen van Sumerië - de regio van Zuid-Mesopotamië.

Nogmaals, historisch gezien houdt de relevantie van deze 'metaregio' verband met het feit dat het het brandpunt is van de vroegste ontwikkelingen van de neolithische revolutie, circa 10.000 voor Christus. In wezen wordt Sumer (en Mesopotamië als geheel) algemeen beschouwd als de brandstof voor enkele van de meest cruciale uitvindingen in de menselijke geschiedenis, variërend van het cursieve schrift, geavanceerde astronomie tot complexe wiskunde. Laten we, rekening houdend met dergelijke factoren, een kijkje nemen in de geschiedenis en oorsprong van de oude Sumeriërs, variërend van hun politieke toestanden, culturele bijdragen tot utilitaire uitvindingen.

Etymologie van Sumeriërs - 'The Black Headed People'

Wagen van Lagash, circa 2500 voor Christus. Illustratie door Angus McBride.

De Sumeriërs noemden zichzelf de saĝ gíg ga of ‘zwarthoofden’, terwijl hun land de ki-en-gi (-r) – wat zich ruwweg vertaalt naar de 'plaats van de edele heren' of 'land van de beschaafde heren'. Nu het Akkadische woord Shumer kan deze term in zijn eigen Semitische dialect hebben weergegeven, hoewel historici niet zeker zijn van de fonologische ontwikkeling van šumerû of Shumeru (of waarom een ​​dergelijke term werd gebruikt om het zuidelijke deel van Mesopotamië aan te duiden). Op zijn beurt, het oude Hebreeuws Shinar, Egyptisch Sngr, en Hettitische anhar (a) misschien de varianten van de Akkadische bloem – in tegenstelling tot wat de Sumeriërs hun eigen domein noemden.

Historisch gezien moet worden opgemerkt dat de niet-Semitische Soemerische taal bijna uitgestorven was in de 20e eeuw voor Christus, en slechts in beperkte officiële hoedanigheid werd gebruikt door geleerden (net als het Latijn in onze moderne tijd) toen de Epos van Gilgamesj, zoals we die nu kennen, werd samengesteld (circa 18e eeuw voor Christus). Tegelijkertijd had het echter grote invloed op het Semitische Akkadisch (waarvan Babylonisch een variant was), lingua franca van een groot deel van het Oude Nabije Oosten. Deze reikwijdte van gemeenschappelijke invloed en lexicale leningen waren zo sterk uitgesproken dat veel geleerden van mening zijn dat beide talen taalkundig geconvergeerd zijn, bekend als sprachband of ‘taalfederatie’.

Chronologische geschiedenis van de Sumeriërs -

Oorsprong van de Sumeriërs (circa 6500 - 4100 voor Christus)

Dit brengt ons bij de vraag: hoe werd de Sumerische beschaving op gang gebracht? Welnu, historici uit de 19e eeuw hadden de hypothese geopperd dat Sumerië al sinds 4500 voor Christus werd bewoond. Moderne geleerden hebben echter bewijs gevonden van hoe het gebied gedurende een langere periode werd bewoond, mogelijk sinds 6500 voor Christus. De eerste bekende mensen die zich in deze regio vestigden, worden de Ubaids genoemd (afgeleid van Tell al-'Ubaid, een van de vroegst bekende opgravingen in het gebied), en zij maakten de gedenkwaardige overgang van groepen jager-verzamelaars naar wat we kunnen noemen de ontluikende stadia van de beschaving. Met betrekking tot de laatste had de Oebaid-cultuur (die zich ook naar Bahrein en Oman verspreidde) een groot deel van niet-ommuurde dorpsnederzettingen, gelaagde hiërarchie van gebouwen en de architecturale composities van elementaire tempelgebouwen - die allemaal verder werden ontwikkeld door de latere Sumeriërs .

Tegen 4500 v.Chr. werden de georganiseerde ruimtelijke reikwijdte en merkbare niveaus van 'verstedelijking', weerspiegeld door Eridu - de eerste bekende grote stad in Mesopotamië, aangevuld met wijdverbreide op irrigatie gebaseerde landbouw en opslag, met ontdekte gereedschappen en objecten zoals beschilderd aardewerk, sikkels , schoffels en bakstenen. Op het sociale niveau raakte stratificatie meer ingeburgerd, waardoor een hiërarchische structuur ontstond die werd gedomineerd door een eliteklasse (bestaande uit erfelijke leiders), wat op zijn beurt leidde tot een grotere focus op grotere gebouwen, grotere heiligdommen, rijkere graven en rudimentaire verdedigingsmaatregelen .

De Uruk Ascendancy (circa 4100 - 2900 voor Christus) -

Artistieke opvatting van een Sumerische stad. Bron: Ancient Origins

Helaas zijn wetenschappers vanuit historisch perspectief niet zeker van de oorsprong van de Ubaids, hoewel er hypothesen zijn over hoe ze een uitloper waren van de Samarraanse cultuur uit het noorden van Mesopotamië. Wat nog belangrijker is, onderzoekers zijn nog steeds onzeker over de oorsprong van de 'echte' Sumeriërs en hoe ze de semi-verstedelijkte reikwijdte van hun Ubaid-voorgangers hebben geërfd. In termen van fysiek bewijs hebben archeologen de geleidelijke verschuiving waargenomen van gelokaliseerde aardewerkproductie naar massale aardewerkproductie op vermoedelijk snel draaiende wielen.

Interessant genoeg, vanuit de mythologische kant van de zaken, kan het overwicht van degenen die we kennen als Sumeriërs in de plaats van Ubaids worden onderscheiden van het aangeprezen belang van Uruk als de belangrijkste stad onder haar beschermgodin Inanna. In het mythische verhaal nam de later genoemde godheid de geschenken weg van mij (beschaving) van Enki, de beschermgod van Eridu - de belangrijkste stad van de vorige Ubaid-cultuur. Of deze Sumeriërs via migraties zijn aangekomen of al een bestaande etnische groep in de regio waren (een vermoeden dat de voorkeur heeft van een meerderheid van de onderzoekers) wordt nog steeds besproken in academische kringen.

Zo wordt het tijdperk de Uruk-periode genoemd (circa 4100 - 2900 v.Chr.), En het zag de opkomst van stadstaten en grotere verstedelijking, ondersteund door hogere landbouwproductiviteit, transport via kanalen, bloeiende handelsroutes via rivieren en gecentraliseerde administraties. Het volstaat te zeggen dat de sociale hiërarchie nog dieper geworteld raakte - weerspiegeld door tempelterreinen en paleizen die het centrum van geleidelijk groeiende steden innamen. De stad Uruk zelf had bijvoorbeeld waarschijnlijk een bevolking van ongeveer 40.000 mensen, ingesloten op een aanzienlijk gebied van meer dan 300 hectare. Andere steden in het zuiden van Mesopotamië bleven uitbreiden tot verstedelijkte nederzettingen, met voorbeelden als Kish, Ur, Nippur, Umma, Nina en Girsu.

De koningen van de Sumeriërs (circa 2900 - 2334 voor Christus) -

Van stamhoofden en de raad van oudsten was er een maatschappelijke vooruitgang tot koningen en opperheren van hele stadstaten, met de vroege dynastieke periode van de Sumeriërs vanaf circa 2900 voor Christus. Deze vorsten, bekend als lugal ('grote man' of 'grote man'), werden gezien als de figuurlijke hoofden en vertegenwoordigers van de belangrijkste tempelgebieden in de steden, zij het met een meer seculiere en koninklijke aantrekkingskracht (in tegenstelling tot alleen religieuze priester-koningen of ensi ). Nogmaals, aan de mythische verhalende kant van zaken, veel van zulke lugal genoemd in de Sumerische koningslijst bereikte bovennatuurlijke prestaties. Etana, de vroegst bekende koning wiens prestaties zijn vastgelegd, was bijvoorbeeld in staat een erfgenaam te produceren nadat hij de geboorteplant in de lucht had gevonden door op een adelaar te rijden.

Naast legendes zijn er weinig archeologische bewijzen die het bestaan ​​van echte figuren suggereren, zoals Enmebaragesi van Kish, die regeerde in de 26e eeuw voor Christus en die ongelooflijk ook wordt genoemd in de Sumerische versie van de Epos van Gilgamesj. Bovendien, dieper ingaan op de etymologie, de naam zelf Enmebaragesi is waarschijnlijk niet Sumerisch, maar eerder Semitisch (Oost-Akkadisch), wat verder zinspeelt op hoe de zich uitbreidende Sumerische rijken in het zuiden van Mesopotamië niet alleen naburige landen begonnen op te nemen, maar ook naburige culturen. Wat betreft de groeiende stedelijke reikwijdte van de nederzettingen, werden steden nu ommuurd en versterkt, wat duidt op het optreden van machtsstrijd en conflicten in de regio.

Wat de politieke kant van zaken betreft, was het niet bekend dat Sumer in dit tijdperk verenigd was. In plaats daarvan was de regio van Zuid-Mesopotamië, net als het klassieke Griekenland, verdeeld in stadstaten, elk met hun uitgestrekte hoofdstad en beschermgod. Echter, rond 2450 v.Chr. hebben de stadstaat Lagash en zijn heerser Eannatum mogelijk 's werelds eerste bekende rijk gecreëerd (hoewel voor een zeer korte periode) door andere belangrijke Sumerische steden zoals Kish, Uruk en Larsa te annexeren, samen met delen van het naburige Elam (in Iran).

Hij versloeg uiteindelijk de rivaliserende stadstaat Umma in de eerste bekende veldslag (zoals vermeld in de Stele van de gieren) die een falanx-formatie gebruikten. Maar kort na zijn dood eisten de Umma wraak door Lagash gevangen te nemen. Mogelijk vestigden ze ook een kortstondig verenigd Sumerisch koninkrijk met Uruk als hoofdstad. Hun koning Lugal-Zage-Si werd geregistreerd als de laatste Sumerische heerser vóór de komst van Sargon van Akkad.

Het Akkadische Intermezzo (circa 2270 – 2083 v.Chr.) –


Akkadische boogschutter die een samengestelde boog hanteert, terwijl hij wordt beschermd door een infanterist. Illustratie door Johnny Shumate

We hebben al vluchtig melding gemaakt van de invloed van zowel de oude Akkadische taal als de cultuur op de Sumeriërs. Echter, in circa 23e eeuw voor Christus (of mogelijk 24e eeuw voor Christus), nam Sargon van Akkad, die wordt genoemd als de zoon van de tuinman van een vorige Sumerische koning (in de Koningslijst), de troon toe en versloeg Lugal-Zage-Si door met succes zijn hoofdstad Uruk te veroveren - en daarmee het Akkadische rijk te vestigen dat het grootste deel van Sumerië omvat. Hij was afkomstig uit Akkad, de Mesopotamische stad waarvan het archeologische bewijs de moderne onderzoekers is ontgaan.

Door een van de eerste bekende volledig Mesopotamische rijken op te splitsen die ongeveer 180 jaar bestond, 'verenigde' Sargon de sprekers van zowel het niet-semitische Sumerische als het Semitische Akkadisch. Tegen het midden van het 3e millennium voor Christus slaagden de Akkadiërs er zelfs in om een ​​cultureel syncretisch bereik te creëren (dat een smeltkroes van verschillende etniciteiten en stadstaten omvatte), wat uiteindelijk de weg vrijmaakte voor de opkomst van het Akkadisch als de lingua franca van Mesopotamië en zelfs het naburige Elam voor de komende eeuwen. En, naast alleen culturele banden met de gevorderde Sumeriërs, namen de Akkadiërs ook veel van de militaire systemen en doctrines van hun Mesopotamische broeders over (en leenden ze ze uit).

Maar de praktische superioriteit van de Akkadische (en Sumerische) krijgerscultuur moet te maken hebben gehad met het gebruik van wielen - een uitvinding die niet alleen meer complexe logistieke ondersteuning mogelijk maakte, maar ook de ontwikkeling van strijdwagens aankondigde, de zware zware schokwapens van de Bronze Leeftijd. Helaas stortte het Akkadische rijk, dat in de tweede helft van de 22e eeuw in toenemende mate uiteenviel, uiteindelijk in onder het aangezicht van een aanval van Guti, die mogelijk uit de buurt van het Zagros-gebergte in Iran kwam. Het resulterende tijdperk (tot circa 2050 voor Christus), gedomineerd door de Gutian-dynastie en een tweede dynastie van Lagash, werd door oude bronnen vaak de spreekwoordelijke 'donkere eeuw' van Mesopotamië genoemd.

De Sumerische opwekking (circa 2047 – 1750 v.Chr.) –

Illustratie van Ur. Bron: Imgur

Het laatste hoera voor de Sumeriërs, althans vanuit het perspectief van heerschappij, werd voortgebracht door de Derde Dynastie van Ur (circa 2047-1750 v.Chr.) - die opnieuw succesvol was in het verenigen van delen voor Zuid-Mesopotamië onder Sumerische controle. De eerder genoemde tweerichtingsinvloed had zeker invloed op de dynamische dynastie, wiens neo-Sumerische koningen openlijk de heroïsche prestaties navolgden van beroemde Akkadische heersers als Sargon de Grote en Naram-Sin.

En hoewel veel van deze inspanningen duidelijk propagandistisch van aard waren, vertaalden sommige zich in prachtige projecten, zoals de beroemde Ziggurat van Ur. Mogelijk gebouwd in opdracht van koning Ur-Nammu, wordt de trappiramidestructuur geschat op een gebied van 64 m (210 ft) lang x 45 m (148 ft) breed, terwijl het oploopt tot een hoogte van ongeveer 100 ft. Het gebouw werd voltooid tijdens het bewind van Ur-Nammu's zoon Shulgi, die zichzelf prompt uitriep tot de goddelijke heerser van de nabije landen.

Behalve monumentale bouwwerken, belichaamde de Derde Dynastie van Ur in veel opzichten het apicale stadium van het Bronstijdrijk van Ur. Bijvoorbeeld, in tegenstelling tot onze populaire noties die verwijzen naar de Code van Hammurabi als de oudste reeks gecodificeerde wetten, behoort de eigenlijke eer mogelijk toe aan de Code van Ur-Nammu, die werd ingeschreven rond 2100 - 2050 voor Christus. Zijn zoon Shulgi ging nog een stap verder door het opkomende koninkrijk om te vormen tot een sterk gecentraliseerde bureaucratische staat. Zijn amendementen werden aangevuld met persoonlijke vastberadenheid, zozeer zelfs dat een bepaald incident zinspeelt op hoe de koning 160,9 km (160,9 km) aflegde (of rende) tussen Nippur en Ur en weer terug, in één dag, om religieuze festivals bij te wonen in beide steden.

Tijdens al deze verregaande bestuurlijke veranderingen werd de Sumerische hoofdstad Ur zelf het bastion van cultuur en leren in het zuiden van Mesopotamië. Het tijdperk viel samen met de opkomst van handel en efficiënt stadsbeheer, samen met de aanmoediging van artistieke en wetenschappelijke bezigheden. In dat opzicht kan uit archeologische bewijzen worden opgemaakt dat de inwoners van Ur mogelijk een betere levensstandaard genoten dan veel van de stadsbewoners van de hedendaagse Mesopotamische steden.

De val van Ur en de Sumeriërs (circa 18e eeuw voor Christus) -

Schets door Nicolas Poussin. Bron: ResearchGate

Tijdens het bewind van Shulgi werd een uitgebreide muur gebouwd tussen de rivieren Tigris en Eufraat (mogelijk 255 mijl lang) om de ‘barbaarse’ Semitisch sprekende, semi-nomadische Martu (beter bekend als Amorieten, de stam van Hammurabi). En terwijl de massieve muur pronkte met zijn architecturale bekwaamheid, werd de Soemerische verdediging, die in de loop van de tijd vervallen was, doorbroken door de naburige Elamieten, die Ur plunderden en de laatste Neo-Sumerische koning Ibbi Sin gevangennamen, in circa 2004 voor Christus.

De resulterende chaos zag het korte overwicht van de Assyriërs in Mesopotamië totdat ze werden overschaduwd door de Amorieten met hun machtsbasis gecentreerd rond de machtige stad Babylon (circa 18e eeuw voor Christus). Dientengevolge zijn de Sumeriërs in de loop van deze twee eeuwen afgenomen en uiteindelijk opgehouden te bestaan ​​als een definitief koninkrijk of stadstaat, terwijl hun gesproken taal al was vervangen door het Semitische Akkadisch en Babylonisch (hoewel het nog steeds in een officiële hoedanigheid werd gebruikt). , zoals het hedendaagse Latijn).

Nu, voorbij de militaire strijd, hebben sommige historici erop gewezen hoe de Sumeriërs al verlamd waren door een verschuiving van de bevolking van zuidelijke naar noordelijke delen van Mesopotamië. De redenen kunnen verband houden met hongersnoden en achteruitgang van de landbouw, deels als gevolg van klimaatverandering en (mogelijk) het hoge zoutgehalte van de bodem als gevolg van onjuiste irrigatie. In ieder geval is de onbetwistbare maar vaak genegeerde erfenis van de Sumeriërs nog steeds voelbaar in het huidige tijdperk, met voorbeelden als de op tijd gebaseerde verdeling van een dag in 24 uur.

Culturele geschiedenis van de Sumeriërs -

Cursief schrijven en koperfabricage -

Imdugud-reliëf, daterend uit circa 3100 voor Christus. Krediet: British Museum

We hebben het al gehad over het belang van draaiende wielen voor het maken van aardewerk. Maar de andere grote uitvinding van de Sumeriërs heeft waarschijnlijk te maken met schrijven en hoe het de fysieke manifestatie van ons spraakvermogen vertegenwoordigt. Maar terwijl de gesproken taal waarschijnlijk in gebruik was tegen 35.000 voor Christus, maakte de volledig ontwikkelde geschreven vorm (in tegenstelling tot het protoschrift) pas het 'debuut' tijdens het laatste deel van het 4e millennium voor Christus (circa 3500-3100 voor Christus) in Sumerië. , Zuid-Mesopotamië.

Deze vorm van vroeg cursief schrift staat bekend als het spijkerschrift en wordt algemeen beschouwd als de grootste bijdrage van de stad Uruk. Interessant genoeg formuleerden oude Egyptenaren ook hun eigen schrift tegen 3100 voor Christus en één hypothese, hoewel fel bediscussieerd, suggereert dat hun systeem (overeenkomend met de Eerste Dynastie) gedeeltelijk werd beïnvloed door het Mesopotamische spijkerschrift.

Wat de geschiedenis van metalen betreft, werd koper het eerste metaal dat uit zijn erts werd gesmolten (circa 5000 voor Christus), het eerste metaal dat in een mal werd gegoten (circa 4000 voor Christus) en het eerste metaal dat werd gelegeerd met nog een ander metaal ( tin) om brons te maken (circa 3500 voor Christus). En hoewel koper tot de weinige metalen behoort die (tot op zekere hoogte) in zijn natuurlijke vorm kunnen worden gebruikt, in tegenstelling tot extractie uit een erts, werd het volledige gebruik in een gefabriceerde vorm waarschijnlijk door de Sumeriërs op gang gebracht, ongeveer 5000 jaar geleden .

In feite valt de fabricage van koper als een van de belangrijkste Mesopotamische uitvindingen eerder samen met de groei van georganiseerde stedelijke ruimtes tot echte steden als Uruk, Ur en al'Ubaid. In termen van 'producten' begonnen de Sumeriërs met koperen pijlpunten, harpoenen, scheermessen en andere kleinere voorwerpen. In de loop van de volgende eeuwen maakten ze hun overgang naar meer complexe geometrische vormen, zoals beitels, uitgebreide kannen en drinkbekers. Het volstaat te zeggen dat er enkele prachtige koperen voorwerpen zijn, zoals de Imdugud opluchting (hierboven afgebeeld) daterend uit circa 3100 voor Christus, die een passend bewijs vormen van het ongelooflijke vakmanschap van de Sumeriërs.

'S Werelds oudste bekende literatuur -

De verzameling van Kesh-tempelhymne. Krediet: UCLA-bibliotheek

Het is niet verwonderlijk dat literatuur, zoals veel door mensen gemaakte prestaties (inclusief wielen en wetcodes), zijn oorsprong vond in het oude Mesopotamië, de bakermat van de beschaving. In feite was de ontwikkeling van literatuur een direct gevolg van de uitvinding van de geschreven taal, een prestatie die, zoals we eerder bespraken, over het algemeen wordt toegeschreven aan de Sumeriërs, circa 3400 v.Chr. En hoewel deze 'geschreven' spijkerschriftteksten, gegraveerd op kleitabletten en reliëfs, begonnen als opnameapparatuur voor administratieve doeleinden, kopieerden de Sumeriërs in de loop van de tijd ook literatuurstukken die verhalen, mythen en essays presenteerden. In dat opzicht hebben 's werelds oudste bekende literatuurstukken betrekking op twee van dergelijke overgebleven exemplaren - de Kesh Tempel Hymne en de Instructies van Shuruppak.

De Kesh-tempelhymne (ook bekend als de Liturgie tot Nintud) is in principe gerelateerd aan een reeks Sumerische kleitabletten die omstreeks 2600 voor Christus werden ingeschreven. Wat betreft de kerninhoud van dit oude literatuurstuk, het verhaal (bestaande uit de hymne) draait voornamelijk om hoe Enli, de Sumerische god van adem en wind, looft zijn lof over de stad Kesh, aangezien de tempel van de nederzetting is gekozen voor de vergadering van de goden die bekend staat als Ekuro. Interessant genoeg wordt de hymne zelf toegeschreven aan nog een ander goddelijk wezen - Nisaba, de godin van de vegetatie, het schrijven en de literatuur. In wezen werd de Kesh-tempelhymne gepresenteerd als het werk van goden, mogelijk om het in de oudheid een air van legitimiteit (en heiligheid) te geven.

Het andere literaire werk dat algemeen wordt beschouwd als een van de oudste ter wereld (en mogelijk de oudste nog bestaande geschreven tekst ter wereld) heeft betrekking op de Instructies van Shuruppak. Aangeprezen als een van de betere voorbeelden van Sumerische wijsheidsliteratuur, bestaat het 'stuk' uit een groep spijkerschrifttabletten die dateren van rond 2600-2500 voor Christus, oorspronkelijk ontdekt in Abu Salabikh (ongeveer 19 kilometer van het oude Nippur).

In overeenstemming met de Sumerische tradities en annalen van koningen, was Shuruppak de zoon van Ubara-Tutu, de laatste koning van Sumerië vóór de zondvloed - de zondvloedmythe die zijn parallel vindt in veel oude verhalen, variërend van Gilgamesj (Babylonisch), Manu (Indiaas) naar Noach (Bijbels). Het scala aan wijsheid dat de vader aan zijn zoon (en uiteindelijke held) biedt, schommelt dus tussen eenvoudige praktische zaken en het hooghouden van moraliteit. Sommige van de praktische instructies zeggen bijvoorbeeld:

U mag een veld niet op een weg plaatsen.

Je moet geen put maken in je veld: mensen zullen er schade aanrichten voor je.

Andere filosofische en op moraliteit gebaseerde adviezen praten over:

Een liefhebbend hart onderhoudt een gezin, een hatelijk hart vernietigt een gezin.

Je moet niet spelen met een getrouwde jonge vrouw: de laster kan ernstig zijn.

Oordeel niet als je bier drinkt.

Mythologie van de Sumeriërs -

Een afbeelding van de godin Nisaba, met symbolen van de natuur, daterend uit 2430 voor Christus. Bron: Pergamonmuseum, Berlijn

In de inleiding spraken we over hoe er in de vroege historische reikwijdte van Mesopotamië geen enkelvoudige facties of politieke entiteiten waren die de uitgestrekte landen tussen en rond de rivieren van Tigris en Eufraat regeerden (tenminste tot het korte Akkadische intermezzo en de latere hemelvaart). van de Neo-Sumeriërs, Babyloniërs en Neo-Assyriërs).

De Mesopotamische stadstaten van na het 3e millennium voor Christus deelden echter hun culturele eigenschappen en zelfs talen, waarbij het laatste voorbeeld betrekking had op hoe de oude Sumeriërs het Akkadisch sterk beïnvloedden (waarvan het Babylonische een variant was), de lingua franca van een groot deel van het Oude Nabije Oosten. Het pantheon van de regio was een religieuze uitbreiding van deze oude culturele overlap, en als zodanig werden veel van de Mesopotamische goden algemeen aanbeden door Sumeriërs, Babyloniërs en zelfs Assyriërs.

Maar zoals de meesten van ons liefhebbers zouden weten, is de voortgang van de geschiedenis niet lineair, en als zodanig zijn veel van de Mesopotamische mythologische karakters geëvolueerd (en overgegaan) in variante entiteiten (gebaseerd op de voorkeur van de factie - zoals de Sumerische zonnegod Utu 'veranderd' in Akkadisch Shamash). Bovendien werden sommige van deze Sumerische (en Mesopotamische) goden meer geëerd als beschermgoden van individuele steden. En tot slot, wat betreft een van de eerste bekende opperste triaden in een pantheon, Sumeriërs waarschijnlijk vereerd Enli (de god van de lucht), Anu (de god van de hemel), en Enki (de god van de aarde).

Bilgames – De Sumerische voorloper van Gilgamesh

Passend bij de literaire waarde van de Epos van Gilgamesj, is de meerlagige geschiedenis van het personage van Gilgamesj zelf fascinerend afgeleid van vijf Sumerische gedichten (daterend uit circa 3e millennium voor Christus) die een koning van Uruk uitbeelden met de naam 'Bilgames'. Daartoe zijn historici op de hoogte van het bestaan ​​van enkele van dergelijke onafhankelijke verhalen over Gilgamesj (of zijn Sumerische tegenhanger) die vóór het epos zelf zijn gecomponeerd. Sommige van deze stukken 'pre-episch' bewijs zijn ook afgeleid van inscripties uit het 3e millennium voor Christus die Gilgamesj crediteren voor de bouw van de grote muren van Uruk, wat overeenkomt met het huidige Warka in Irak.

Wat betreft de eerste herhalingen van het epos zelf, deze werden mogelijk gecompileerd in 'Oud-Babylonische' versies (circa 18e eeuw voor Christus). Simpel gezegd, terwijl de herkomst van deze literaire werken gebaseerd is op de Sumerische taal en literatuur, waren de eindproducten (zoals beschikbaar voor gewone mensen) van het epos mogelijk gecomponeerd in het Babylonische en verwante Akkadisch – talen die verschilden van het Sumerisch, gebaseerd op over hun Semitische afkomst.

De eerste bekende wetten van de mensheid -

De Ur-Nammu Stele, circa 2097-2080 v.Chr. Bron: Kunstgeschiedenis 201

Een veel voorkomende misvatting met betrekking tot de Code van Hammurabi is de veronderstelde aard ervan de oudste reeks gecodificeerde wetten in de menselijke geschiedenis te zijn. Dat is echter niet waar vanuit historisch perspectief, met de eer (van het oudste nog bestaande wetboek) dat waarschijnlijk toebehoorde aan de Sumerische Code van Ur-Nammu, die werd ingeschreven rond 2100 - 2050 voor Christus. Bovendien hebben veel geleerden ook hun mening gegeven over een nog ouder wetboek dat de juridische hervormingen omvat van Urukagina, de Sumerische koning van de stadstaat Lagash in het zuiden van Mesopotamië (Sumer), uit circa 24e eeuw voor Christus. Helaas is er geen bestaande tekst bewaard gebleven van deze juridische code, en zoveel van de inhoud ervan is vermoed uit andere oude referenties.

Vanuit literair perspectief is de Code van Ur-Nammu werd in het Sumerisch gecomponeerd en als zodanig zijn 30 van de 57 voorgeschreven wetten door historici gereconstrueerd. Enkele fascinerende (en vaak bizarre) voorbeelden worden als volgt gepresenteerd:

Als een man het recht van een ander schendt en de maagdelijke vrouw van een jonge man ontmaagt, zullen ze die man doden.

Als een man wordt beschuldigd van tovenarij, moet hij een waterbeproeving ondergaan als hij onschuldig wordt bevonden, zijn aanklager moet 3 sikkels betalen.

Als een man een tand van een andere man uitslaat, moet hij twee sikkels zilver betalen.

Als een man als getuige verscheen en bleek een meineed te zijn, moet hij vijftien sikkels zilver betalen.

Als een man heimelijk het veld van een andere man bewerkt en hij een klacht indient, moet dit echter worden afgewezen en zal deze man zijn kosten verliezen.

Eervolle vermelding - Voorliefde voor bier

Het oudst bekende standaardrecept voor het brouwen van bier komt uit het oude Sumerië. Simpel gezegd, de eerste opzettelijke productie van bier (of bier) in de geschiedenis kan worden toegeschreven aan een van de prestaties van de Sumeriërs, met het bewijs van het oudste bekende nog bestaande bierrecept in een 3900 jaar oud gedicht - Hymne aan Ninkasi. Nu in termen van Mesopotamische mythologie, Ninkasi was de oude Sumerische beschermgodin van bier (en alcohol). Als symbool van de sociaal belangrijke rol van vrouwen bij het brouwen en bereiden van dranken in het oude Mesopotamië, zinspeelde de entiteit (waarvan de werkelijke afbeeldingen de ontberingen van de tijd niet hebben overleefd) historisch ook op hoe bierconsumptie op zich een belangrijke marker was voor maatschappelijke en beschaafde deugden.

Enkele fragmenten uit dit 3900 jaar oude Sumerische gedicht ter ere van Ninkasi (de Hymne aan Ninkasi), vertaald door Miguel Civil, lees als volgt –

Jij bent degene die de mout in een pot laat weken,

De golven stijgen, de golven vallen.

Ninkasi, jij bent degene die de mout in een pot laat weken,

De golven stijgen, de golven vallen.

.

.

.

Wanneer u het gefilterde bier uit het verzamelvat schenkt,

Het is [zoals] de stormloop van Tigris en Eufraat. Ninkasi, jij bent degene die het gefilterde bier uit het verzamelvat schenkt,

Het is [zoals] de stormloop van Tigris en Eufraat.

Komt tot de historische reikwijdte van bierconsumptie, terwijl het eerste bekende literaire bewijs, in de vorm van de Hymne aan Ninkasi, dateert van circa 1800 voor Christus, het ‘brouwlied’ op zich is ongetwijfeld ouder. Met andere woorden, bier werd in Sumerië al lang voor het begin van de 19e eeuw voor Christus gemaakt en geconsumeerd. Archeologisch bewijs voor het brouwen van bier in de zuidelijke Mesopotamische regio dateert zelfs uit circa 3500 voor Christus (of mogelijk zelfs daarvoor), waarbij onderzoekers chemische sporen van bier konden identificeren in een gefragmenteerde pot in de oude Sumerische handelsnederzetting van Godin Tepe, in het hedendaagse Iran. Wat betreft hun consumptiemethode, gezien de dikke consistentie van het bier, werden rietjes gebruikt om de bittere vaste stoffen die overblijven van het fermentatieproces te omzeilen.

*Opmerking – Het artikel is bijgewerkt op 6 december 2019.


Eerste verwijzing naar de stad Kish - Geschiedenis

Deze woordenboekonderwerpen zijn van
MG Easton M.A., D.D., Illustrated Bible Dictionary, derde editie,
gepubliceerd door Thomas Nelson, 1897. Public Domain, vrij kopiëren. [N] geeft aan dat dit item ook is gevonden in Nave's Topical Bible
[H] geeft aan dat dit item ook werd gevonden in Hitchcock's Bijbelnamen
[S] geeft aan dat dit item ook is gevonden in Smith's Bible Dictionary
Bibliografische informatie

Easton, Matthew George. "Entry voor Kish". "Easton's Bijbelwoordenboek". .

Hitchcock, Roswell D. "Entry voor 'Kish'". "An Interpreting Dictionary of schrift eigennamen". . New York, NY, 1869.

  1. De vader van Saul een Benjaminiet uit de familie van Matri. (BC 1095.)
  2. Zoon van Jehiel en oom van de voorgaande. ( 1 Kronieken 9:36 )
  3. Een Benjaminiet, overgrootvader van Mordechai. ( Ester 2: 5 )
  4. Een Merarit uit het huis van Mahli, uit de stam Levi. ( 1 Kronieken 23:211 Kronieken 23:22 1 Kronieken 24:281 Kronieken 24:29 )

Smith, William, Dr. "Entry for 'Kish'". "Smith's Bijbelwoordenboek". . 1901.

kish (qish Kis, Keis, "buigen", "kracht"):

De naam van vijf personen die in de Bijbel worden genoemd:

(1) De zoon van Abiël en de vader van Saul, de eerste koning van Israël. Hij was van de stam Benjamin, van de familie van de Matriten (1 Samuël 9:1 14:51 vergelijk Handelingen 13:21 1 Samuël 10:21). Volgens 1 Kronieken 8:33 en 9:39, "Ner verwekte Kish" Door het lezen van "Ner verwekte Abner" (vergelijk 1 Samuël 14:51 1 Kronieken 6:28), wordt de moeilijkheid tenminste gedeeltelijk overwonnen. In 1 Kronieken 12:1 wordt Kis ook genoemd als de vader van Saul, en opnieuw in 2 Samuël 21:14 wordt ons verteld dat het graf van Kis zich bevond in het land van Benjamin, in Zela. Zijn woonplaats schijnt in Gibeah te zijn geweest.

(2) Een andere Kis wordt genoemd (1 Kronieken 8:29 9:35) als de zoon van Jeiel en zijn vrouw Maacha. Hij wordt gewoonlijk verondersteld de oom van Sauls vader te zijn.

(3) Een Leviet, de zoon van Mahli de Merarite (1 Kronieken 23:21 vergelijk 24:29).

(4) Een andere Meraritische leviet in de tijd van Hizkia (2 Kronieken 29:12).

(5) De overgrootvader van Mordechai, van de stam Benjamin (Esther 2:5).


Sumerische Anunnaki Oude buitenaardse wezens Goddelijk koningschap op aarde begint

De Mesopotamische stad Kish was de eerste die rond 3.760 v.Chr. het Goddelijk Koningschap ontving.

Het is in de constante oorlogen tussen de Anunnaki voor de controle van het aardse goddelijke koningschap dat een aanzienlijk aantal oorlogen plaatsvond die zowel de oude als de moderne wereld vormden.

Historisch gezien waren deze Perzische oorlogen, waarvan de belangrijkste leidden tot 's werelds eerste rijk onder de Amorieten onder leiding van Sargon van Akkad, blijkbaar het directe resultaat van de invloed en richting van Anunnaki. Zo schrijft Sargon van Akkad zijn succes toe aan de godin van Anunnaki Innanna/Ishtar beweert dat ze direct heeft geholpen en gevochten in de oorlogen die hebben geleid tot de vorming van het Akkadische rijk.

Toen Anunnaki Prins Marduk beweerde dat volgens de hemelse tekens het tijdperk van de Ram waarin hij over de aarde zou heersen was aangebroken, begon hij aan een campagne die ook de Mesopotamische regio zou destabiliseren. , het verontreinigen van de tempel van Enlil en het vestigen van zijn nieuwe tempel in Babylon.

De plannen van Marduk om de neutrale Spaceport-faciliteit op het Sinaï-schiereiland te controleren, leidden ertoe dat de Enlilieten de site vernietigden met kernwapens zoals beschreven in de vernietiging van Sodom en Gomorra.

Als gevolg van de ontketende kernwapens werd rond 2024 v.Chr. de hele Sumerische beschaving vernietigd door een kernwind, en alleen de nieuwe stad van Marduk, Babylon, werd gespaard.Â

Vanuit het Babylon van Marduk werden nieuwe dynastieën gesticht onder de Amoritische koning Hammurabi die Marduk crediteerde voor het schenken van het koningschap aan hem.

De Amorieten zouden met de Assyriërs en Hettieten strijden om de macht in de regio, waarbij elke groep inspiratie en leiding opeiste van een bepaalde Anunnaki-clan.

Toen het Assyrische rijk zich vormde en instortte met de verovering van Babylon door Nebukadnezar II, culmineerden de gebeurtenissen in de opkomst van Cyrus de Grote en zijn verovering van Babylon namens Marduk toen hij koning Nabonaidus ten val bracht omdat hij de aanbidding van Marduk had opgegeven ten gunste van de Enlilite Maan God zonde.

Nogmaals, deze activiteit van de Anunnaki Ancient Aliens is vastgelegd in het Oude Testament van de Bijbel, aangezien Cyrus wordt afgeschilderd als de Dienaar van Jahweh door de Oudtestamentische profeten sinds de verovering van Babylon de Joden in staat stelde terug te keren uit ballingschap om de Tweede te bouwen. Joodse tempel.

Het door Cyrus de Grote gestichte Perzische rijk zou oppermachtig heersen totdat het werd veroverd door Alexander de Grote wiens claim een ​​halfgod te zijn, mogelijk is geworteld in een poging zijn veroveringen af ​​te schilderen als een voortzetting van de oorlogen en agenda van de oude goden van de oude Anunnaki-wereld.

De Griekse verovering van Perzië en Egypte onder Alexander bracht het land van de oude goden in feite onder Griekse controle.

Na de dood van Alexander de Grote werd zijn koninkrijk verdeeld, wat de weg vrijmaakte voor de opkomst van de Romeinse Republiek en de loop van de oude geschiedenis zoals we die gewoonlijk begrijpen.


Eerste verwijzing naar de stad Kish - Geschiedenis

Het oude Mesopotamië wordt de bakermat van de beschaving genoemd. Hier ontstonden de eerste steden en rijken.

Zoals je op de tijdlijn kunt zien, is de macht in de loop van de oude geschiedenis van dit gebied vele malen van eigenaar veranderd. Het ging van de Sumeriërs naar de Akkadiërs, naar de Babyloniërs, naar de Assyriërs, terug naar de Babyloniërs, terug naar de Assyriërs en uiteindelijk naar de Perzen.

5000 BC - De Sumer vormen de eerste dorpen en steden. Ze gebruiken irrigatie om grote stukken land te bewerken.

4000 v.Chr. - De Sumeriërs vestigen machtige stadstaten die grote ziggurats bouwen in het centrum van hun steden als tempels voor hun goden.

3500 v.Chr. - Een groot deel van lager Mesopotamië wordt bewoond door talrijke Sumerische stadstaten zoals Ur, Uruk, Eridu, Kish, Lagash en Nippur.

3300 BC - De Sumeriërs vinden het eerste schrift uit. Ze gebruiken afbeeldingen voor woorden en schrijven ze op kleitabletten.

3200 BC - De Sumeriërs beginnen het wiel op voertuigen te gebruiken.

3000 v.Chr. - De Sumeriërs beginnen wiskunde te implementeren met behulp van een getalsysteem met het grondtal 60.

2700 v.Chr. - De beroemde Sumerische koning Gilgamesj regeert de stadstaat Ur.

2400 BC - De Sumerische taal wordt vervangen door de Akkadische taal als de primaire gesproken taal in Mesopotamië.

2330 v.Chr. - Sargon I van de Akkadiërs verovert de meeste Sumerische stadstaten en creëert 's werelds eerste rijk, het Akkadische rijk.

2250 v.Chr. - Koning Naram-Sin van de Akkadiërs breidt het rijk uit tot zijn grootste staat. Hij zal 50 jaar regeren.

2100 v.Chr. - Nadat het Akkadische rijk uiteenvalt, winnen de Sumeriërs opnieuw aan de macht. De stad Ur wordt herbouwd.

2000 v.Chr. - De Elamieten nemen Ur in.

1900 v.Chr. - De Assyriërs komen aan de macht in het noorden van Mesopotamië.

1792 v.Chr. - Hammurabi wordt koning van Babylon. Hij stelt de Codex van Hammurabi op en Babylon neemt spoedig een groot deel van Mesopotamië over.

1781 v.Chr. - Koning Shamshi-Adad van de Assyriërs sterft. Het Eerste Assyrische Rijk wordt al snel overgenomen door de Babyloniërs.

1750 v.Chr. - Hammurabi sterft en het Eerste Babylonische rijk begint uiteen te vallen.

1595 v.Chr. - De Kassieten nemen de stad Babylon in.

1360 BC - De Assyriërs komen opnieuw aan de macht.

1250 BC - De Assyriërs beginnen ijzeren wapens en strijdwagens te gebruiken.

1225 v.Chr. - De Assyriërs veroveren Babylon.

1115 v.Chr. - Het Tweede Assyrische rijk bereikt zijn hoogtepunt onder het bewind van koning Tiglath-Piliser I.

1077 v.Chr. - Tiglatpiliser sterft en het Assyrische rijk wordt een tijdlang zwakker.

744 v.Chr. - Het Assyrische rijk wordt opnieuw sterk onder de heerschappij van Tiglath-Piliser III.

721 BC - Koning Sargon II neemt de controle over Assyrië. Het rijk wordt sterker.

709 v.Chr. - Sargon II neemt de controle over de stad Babylon over.

705 BC - Sargon II sterft en Sanherib wordt koning. Hij verplaatst de hoofdstad naar Nineve.

668 v.Chr. - Assurbanipal wordt de laatste grote koning van Assyrië. Hij sticht een grote bibliotheek in de stad Nineve.

626 BC - Assurbanipal sterft en Assyrië begint af te brokkelen.

616 v.Chr. - Nabopolassar neemt de controle over Babylon terug van de Assyriërs en kroont zichzelf tot koning. Het neo-Babylonische rijk begint.

604 BC - Nabopolassar sterft en Nebukadnezar II wordt koning van Babylon. Hij zal 43 jaar regeren en het Babylonische rijk op zijn hoogtepunt brengen.

550 v.Chr. - Cyrus de Grote komt aan de macht en het Perzische rijk begint.

539 v.Chr. - Cyrus de Grote neemt de stad Babylon in en laat het Joodse volk terugkeren naar Israël.

522 BC - Darius I wordt koning van Perzië. Hij breidt het rijk uit en verdeelt het in staten die elk worden geregeerd door een gouverneur die een satraap wordt genoemd.

518 BC - Darius I vestigt de hoofdstad van het Perzische rijk in Persepolis.

490 BC - Darius I valt de Grieken aan. Hij wordt verslagen in de Slag bij Marathon.

480 BC - Xerxes I probeert de Grieken te veroveren met een enorm leger. Hij wordt uiteindelijk teruggedraaid in een nederlaag.

333 v.Chr. - Alexander de Grote valt het land binnen en verovert het Perzische rijk.


Overheidsstructuur

De nabijheid van een koning tot de goden mag zijn persoonlijke betrokkenheid bij de meest alledaagse, triviale of onaangename staatszaken niet beletten. Althans, dat suggereren de uitgebreide verslagen van de regering van Hammurabi. Deze omvatten brieven aan andere staatshoofden, instructies aan ondergeschikten en propaganda. De overweldigende indruk is een paradox: een grote bureaucratie die is ontworpen om de kleinste details van elk facet van overheidsactiviteiten onder de aandacht van de koning te brengen. Hoewel de meeste bureaucratieën bestaan ​​om de koning of de directeur de last van routinematige zaken te ontnemen, lijkt Hammurabi dit te hebben verwelkomd, om redenen waarover alleen maar kan worden gespeculeerd. Hoewel de meeste Mesopotamische koningen sommige rechtszaken als laatste redmiddel zouden hebben behandeld, was Hammurabi betrokken bij landgeschillen tussen boeren, contractgeschillen tussen kooplieden en andere routinematige juridische zaken. Mogelijk heeft een persoonlijke interesse in het recht een rol gespeeld. De meeste historici geloven echter dat hij gewoon de traditionele rol van de koning als bewaker van gerechtigheid ter harte nam. Zijn betrokkenheid bij diplomatieke en militaire aangelegenheden zou hetzelfde motief hebben gehad, als hij van mening was dat een van zijn buren de rechten van het volk schendt.

Hammurabi's aandacht voor detail had een aanzienlijk effect op de structuur van zijn regering. Schriftgeleerden en geletterde griffiers vormden de basis van zijn bestuur, want alleen door hun inspanningen kon hij op de hoogte worden gehouden van staatszaken met de grondigheid die hij eiste. Nauwkeurige registraties waren cruciaal, vooral bij het beheer van de frequente militaire dienstplichten en de ilkum, een soort verplichte arbeidsdienst. Nadat hij een nieuw gebied had veroverd, zou de koning een klein korps specialisten onder zijn directe bevel sturen om de integratie ervan in het rijk af te handelen.Dergelijke taken waren een ideale training voor toekomstige vorsten. Van Hammurabi is bekend dat hij zijn zonen op diplomatieke missies heeft gestuurd, net zoals hij minstens één dochter ten huwelijk gaf aan een bondgenoot. Een ernstige ziekte tegen het einde van zijn leven dwong Hammurabi om de meeste taken over te dragen aan Samsu-Iluna (achttiende eeuw voor Christus), zijn zoon en opvolger. Ook al was het misschien een moeilijke beslissing voor Hammurabi, de overdracht naar Samsu-Iluna was nuttig om de opvolging te verduidelijken en een bittere strijd om de troon na de dood van de grote koning te voorkomen.

Ondanks de beroering van de eeuwen tussen het eerste en het tweede rijk, verhinderde een fundamenteel conservatisme een radicale verandering in de politieke structuur. Net als veel andere oude volkeren vereerden Babyloniërs de tradities en gewoonten van hun voorouders, die zij als dichter bij de goden beschouwden. Enige verandering, waaronder de uitbreiding van de bureaucratie als gevolg van toegenomen handel en territorium, werd als onvermijdelijk beschouwd. Elke andere afwijking van de waargenomen traditie zou echter waarschijnlijk op weerstand stuiten.


Eerste verwijzing naar de stad Kish - Geschiedenis

SHINAR shīn' är ( Σεναάρ, ). Een aanduiding voor het land Babylonië.

Ik gebruik. Sinear werd al vroeg gebruikt om het land te beschrijven dat de steden Babel (Babylon), Erech (Warka) en Accad (Agade) binnen het koninkrijk Nimrod omvatte (Gen. 10:10). Dit was de plaats waar migranten uit het O zich vestigden en de stad en de toren van Babel bouwden (11:2). Een koning van Sinear (Amrafel) nam deel aan de coalitie die Sodom en Gomorra binnenviel (14:1) en werd verslagen door Abraham. Een mooi kledingstuk dat door Achan in de buurt van Jericho was geplunderd, werd beschreven als afkomstig uit Sinear (Joz 7:21, NBG "Babylonisch"). Het was naar dit land dat Nebukadnezar de gevangenen uit Jeruzalem wegvoerde (Dan 1:2) en daaruit voorzag de profeet dat het getrouwe overblijfsel verzameld zou worden (Jes 11:11). Het was een verre en slechte plaats (Zach 5:11).

II. Identificatie. De verwijzing naar bekende Babylonische steden binnen Sinear (Gen. 10:10 11:2) en de vergelijking met Babylon van de ballingschap (Dan 1:2) maakt de identificatie met Babylonië vrijwel zeker. Op deze manier las de LXX "Babylonië" in Jesaja 11:11 en "land van Babylon" in Zacharia 5:11. Geen onbetwist equivalent van het Hebr. shīn'ar is echter nog gevonden in vroege teksten uit Babylonië zelf, aangezien een spelling šim/nğar is niet geattesteerd. Sumer, dat is de naam voor het gebied van het oude Irak ten Z van Bagdad in het eme.-ku dialect (geschreven ki.en.gi[r] ideografisch of kenir in fijne zomer. spraak [eme.sal dialect]). Het noordelijke deel van het oude Babylonië heette Akkad. De term Sumer, gebruikt sinds 2350 v. Chr. voor het land, wordt tegenwoordig gebruikt om heel het oude Babylonië vóór de Sem te beschrijven. dynastie in Babylon nam de controle over en voor zijn inwoners.

In Egypte. lijsten van Aziatische landen die bekend zijn bij Seti I en Amenhotep II shanchar is inbegrepen (ANET [1950], 243, 247). Hoewel aangenomen is dat dit de Babylonische Sinear is (A.H. Gardiner, Oud-Egyptische Onomastica I, 209) anderen interpreteren het als een verwijzing naar een Boven-Mesopotamische Sangara (de moderne Sinjar, W van Mosul), die is geschreven ša-an-ḫa-ar in een brief van Tell el-Amarna (nr. 5) en ša-an-ḫa-ra in Hitt. teksten (dus W.F. Albright, AJSL XL [1953], 125-127). Deze noordelijke identificatie zou geschikt kunnen zijn voor Genesis 14:1, maar is op zichzelf geen bewijs daarvoor. Een etymologie voor de zuidelijke (Babylonische) Shinar is voorgesteld in šingi-uru (A. Poebel, AJSL LXVIII [1934]) en 8e eeuw. advertentie. Syr. Sen'ar duidde het land rond Bagdad aan. De bewijsbalans is dus in het voordeel van de vergelijking Shinar=Babylonië die wordt gebruikt door het Hebr.

A. Oorsprong. De vroege volkeren die naar de Tigris-Eufraatvallei migreerden, noemden zichzelf 'de zwartkopvolken'. Hun plaats van herkomst is onbekend en heeft aanleiding gegeven tot verschillende theorieën. Aangezien ze hetzelfde ideogram gebruiken voor "berg" en "land", wordt aangenomen dat hun thuisland in het NO (Kaukasus) lag en dat zij de grondleggers waren van de kunstmatige bergachtige tempeltorens (zien [http://biblegateway/wiki/Ziggurat, Ziggurrat ZIGGURRAT]). Omdat hun vroegste nederzettingen zich echter in het Z bevonden, nemen anderen aan dat ze over zee uit het O kwamen, wat kan verklaren waarom ze, net als de Semieten die zich ook in hetzelfde gebied bevonden, niet nieuw leven werden ingeblazen door periodieke nieuwe immigratie.

B. Schrijven. Sumerisch heeft geen bewezen relatie met een andere taal, oud of modern. Het is een niet-sem., agglutinerende, verbogen en gedeeltelijke tonale toespraak geschreven in het spijkerschrift dat hun uitvinding lijkt te zijn geweest. In verschillende dialecten overleeft het op enkele duizenden kleitabletten die tijdens opgravingen in Babylonië zijn gevonden. In het vierde millennium v.C. het schrift was pictografisch, de vroegste voorbeelden werden gevonden in Warka (Uruk IV) en aangrenzende locaties, maar dit maakte al snel plaats voor een goed ontwikkeld polysyllabisch schrift met meer dan vierhonderd verschillende tekens. Een gevarieerd verlicht. was invloedrijk omdat hetzelfde script werd overgenomen voor gebruik in de Sem. dialecten van Assyrisch en Babylonisch (Akkad.) en voor dialecten in Syrië en Pal. evenals voor de niet-Sem. talen, waaronder Elamitisch, Kassiet, Hettitisch, Hurritisch en Oud-Perzisch. Aangezien veel tweetalige teksten bewaard zijn gebleven, is er veel bewijs voor de taal en daardoor van vroeg-Sumerisch. geschiedenis. Tegelijkertijd archeologische gegevens uit verschillende bezettingsperioden, b.v. Uruk (3300-3100 v. Chr.) en de prot-geletterde of vroeg-dynastieke periode (3100-2800), laten een uniek volk zien dat in grote steden woont.

A. Vroege periode. Een Zomer. koningslijst geschreven c. 2150 v. Chr. schrijft het koningschap eerst toe aan de stad Eridu en vervolgens aan Badtibirra, Larak, Sippar en Shuruppak. Acht koningen regeerden 241.209 jaar in deze vijf steden en toen „kwam de vloed over de aarde stromen”. Een andere tekst vermeldt tien van dergelijke heersers, maar twee van deze kunnen tijdgenoten zijn geweest, dus hoewel er oppervlakkige overeenkomsten zijn tussen deze lijsten en de tien antideluviaanse patriarchen (Gen. 5) en de vorsten van vóór de zondvloed van het latere Berossus-verslag, is er geen directe correlatie is mogelijk. In alle lijsten is het de tiende die de zondvloed overleeft en ze vertonen allemaal een lange levensduur die, in de Babylonische verslagen met leeftijden van meer dan 20.000 jaar elk, de levensduur van Methusalem (969 jaar Gen 5:27) onbeduidend doet lijken.

Na de zondvloed verklaart de koningslijst dat "het koningschap opnieuw uit de hemel werd neergelaten, eerst in Kis". Achtenzeventig koningen zwaaiden de scepter in Kish, Ur, Uruk (Erech), Mari en andere genoemde steden. Rond de heersers van de Uruk-dynastie - Enmerkar, Lugalbanda en Gilgamesj - ontstond een reeks verhalen uit het 'Heldentijdperk', waarvan de laatste de held was van het Babylonische vloedepos. Dat het historische personages waren, kan niet worden betwijfeld, aangezien epigrafische en architecturale overblijfselen die hun aanwezigheid bevestigen, met hen in verband worden gebracht.

B. De klassieke periode (2700-2150 v. Chr.). De Sumer. beschaving ontwikkeld vanuit de noodzaak om lokale arbeid te organiseren om de hulpbronnen van de natuur en hun omgeving te beheersen. Mankracht voor irrigatie en verdediging werd gewerkt door een stadsraad van vertegenwoordigers onder een heer (en) die later de rol van "koning" (lugal = "hoofdman") op zich nam. Er is bewijs voor een primitieve vorm van democratie die al snel in botsing kwam met de groeiende macht van de priesters en de tempel, maar deze uiteindelijk overklast door de controle van de strijdkrachten. De grotere steden, Ur, Lagash, Kish en Umma waren voortdurende rivalen voor de algehele macht. Kish nam de hegemonie over van Uruk totdat een sterkere familie in Ur, Mesannipada' en zijn zoon A'anipadda (ca. 2550) met banden met Mari in het N, de scepter zwaaiden. De koninklijke graven die in Ur zijn gevonden, behoren tot deze dynastie en getuigen van de rijkdom van deze tijd. Nadat een geschil met Umma was beslecht door tussenkomst van Mesilim van Kish, werd Lagash het dominante centrum. Eannatum werd gevolgd door Urukagina, die met sociale hervormingen en wetgeving de groeiende bureauratie probeerde te beteugelen die de armen, de weduwen en de wezen nauwelijks deed. Ondanks zijn inspanningen om de rechten van het individu te herstellen, slaagden zijn mensen er niet in de druk te weerstaan ​​van Lugalzaggesi van Umma die de stad overnam en werd zelf spoedig daarna veroverd door de machtige Semiet, Sargon van Agade, die zo Sumerië bracht. overheersing tot een einde.

C. De Sumerische renaissance. Een periode van pracht onder de Sem. huis van Agade werd gevolgd door bijna een cent. van middelmatigheid in de schemering onder Gutiaanse heersers totdat ze werden weggegooid door Utuhegal, de en (si) van Uruk, c. 2120 v. Chr. Zeven jaar later nam een ​​van zijn eigen functionarissen, Ur-Nammu, gouverneur van Ur, de titel "Koning van Sumer en Akkad" aan en wijdde de derde dynastie van Ur (2113-2006 v.c.) in. invloed tot ver buiten haar grenzen, door economische voorspoed en een opleving in elke tak van Sumerië. verlicht. en kunst. Ur-Nammu's "wetboek" van wetten is de oudste die tot nu toe bewaard is gebleven in een land dat bekend stond om zijn traditie en continuïteit van ideeën. Zijn bouwkundige activiteiten reikten verder dan Ur, dat hij vrijwel herbouwde, tot Uruk, Eridu en Nippur. Op elke plaats bouwde hij een ziggurat en herbouwde gevallen tempels. Ondertussen marcheerde een tijdgenoot, Gudea van Lagash, naar Syrië en Anatolië en bracht bouwmaterialen mee om zijn eigen stad te verfraaien.

Toen Ur-Nammu stierf in de strijd volgde zijn zoon Shulgi de troon op. Hij zette de politieke en bestuurlijke hervormingen voort die door zijn vader waren begonnen en vocht zevenenveertig jaar lang tegen de bergstammen tot in het N. Net als zijn zoon Amar-Su'en werd hij als goddelijk beschouwd. Dit lijkt geen invloed te hebben gehad op het Mesopotamische geloof en de praktijk, waarbij de koning zichzelf altijd beschouwde als de vice-regent en dienaar van de oppergod van zijn stad aan wie hij ooit verantwoordelijk was voor waarheid en gerechtigheid. Een dergelijk geloof staat in schril contrast met dat van de onfeilbare autoriteit van de goddelijke farao's van Egypte. Inderdaad, na deze dynastie classificeerden geen andere koningen zichzelf als "goden" in Mesopotamië. Amar-Su'en, die stierf aan infectie door een voetaandoening, werd begraven op de "Koninklijke Begraafplaats" in Ur met zijn vaders. Zijn broer, Shu-Su'en (2038-2030 v. Chr.) moest vechten in het Zagros-gebergte en in het W waar een verdedigingsmuur de toenemende invallen van de Amorieten niet kon weerhouden (MAR. TU). In de dagen van zijn opvolger, Ishbi-Irra, mislukte een vergeefse poging om Elamitische hulp in te roepen tegen deze westerse Semieten en de stad viel in 2006. Onder een dominante Sem. regime in Isin en Larsa Ur verloor de controle over de economie, en een poging om zijn onafhankelijkheid te herwinnen van Samu-iluna, de zoon van Hammurabi, resulteerde in de vernietiging van de stad. Heel Sumer was voortaan in handen van Sem. heersers, met slechts korte tussenpozen, totdat ze in 539 v.Chr. door Cyrus de Pers werden veroverd.

V. Sumerische literatuur. Afgezien van zijn instellingen, door zijn verlicht. en religie de gedachte, stijl en manier van doen van deze vroege bewoners van Babylonië werd doorgegeven aan zowel hedendaagse als latere beschavingen en is van belang als de achtergrond van veel in Genesis 1-11. De teksten beschrijven het bereik van zijn goden, rituelen en religieuze praktijken, evenals de beginnende wetenschappen (geneeskunde, astronomie, wiskunde en technologie). Elke stad had zijn voornaamste god en tempel. Zo was Nanna(r), of Su'en, de latere maangod Sin, de god van Ur An, de hemelgod in Uruk, Enki(Ea) god van de diepe wateren en mysteries in de zeehaven van Eridu. Enlil, de god van de lucht en hoofd van het algemene pantheon, had zijn zetel in Nippur, dat zo het belangrijkste cultuscentrum werd. In de verlichte. de goden werden afgeschilderd als uitzonderlijk krachtige mensen. De Sumer. geest hield zich bezig met de natuur, want het was grotendeels een agrarische gemeenschap met industrie beperkt tot een paar stadscentra. Het dacht na over de problemen van de dood en het hiernamaals (Gilgamesh Epic), maar was rijk aan praktische wijsheid (verzamelingen van spreekwoorden, essays van advies, gelijkenissen) evenals hof- en tempelrituelen in het verlangen om de geest van de goden te leren kennen (voortekenen , hymnen, gebeden). Sumerische mythen bespraken de rol van goden (“de geboorte van de maangod”), roeping en schepping van de wereld en van de mens, het paradijs en het kwaad. De meeste teksten waren in poëtische vorm, waaronder lange liefdesgedichten en klaagzangen. De langste historiografische tekst is de "Vloek van Agade", waarvan werd gezien dat de stad door de Guti was vernietigd als straf voor zijn kwaad door de goden met behulp van internationale strijdkrachten. Wijsheid verlicht. bevat essays, een, zoals Job, over menselijk lijden. In taal, denken, literair genre en op andere manieren kan worden gezegd dat de invloed van Sumerië enorm was en doorleefde via de Babyloniërs tot aan de Grieken en het W, niet zonder zijn stempel op het OT te drukken (vgl. ANET 1950), 27-59, 159.

Bibliografie T. Jacobsen, De Sumerische koningslijst (1939) "Primitieve democratie in het oude Mesopotamië", JNES II (1943), 159-172 H.H. Frankfort, De geboorte van de beschaving in het oude Nabije Oosten (1951) S. N. Kramer, ‘Sumerische geschiedschrijving’, IEJ 3 (1953), 217-232 Van de Tafelen van Sumer (-Geschiedenis begint op Sumer) (1956) I. Gordon, Sumerische Spreuken (1959) A. Falkenstein, Das Sumerische (1959) A. Papegaai, Zomer (1960) SN Kramer, Sumerische mythologie (1961) "Sumerische literatuur, een algemeen overzicht" in De Bijbel en het Oude Nabije Oosten (1961), 249-259 C.J. Gadd, De steden van Babylonië, CAH I/2 (1971), 93-144 S.N. Kramer, De Sumeriërs, hun geschiedenis, cultuur en karakter (1963).


Categoriearchief: 3e dynastie van Kisho

Lang geleden wilde ik schrijven over Ku-Baba, de enige vrouw op de Sumerische koningslijst. Ik ging eerst naar mijn go-to-bron over iets Sumerisch, Sumerisch Shakespeare, en ontdekte dat Jerald Starr, het brein achter de site, Ku-Baba helemaal niet had genoemd. Het was alsof ik me deze nogal intrigerende figuur inbeeldde.

Desalniettemin schreef ik Starr in de hoop dat hij informatie zou hebben over Ku-Baba, of op zijn minst een goede bron waar hij me op zou kunnen wijzen. Zijn reactie, die in feite de twijfel was dat ze überhaupt bestond, gaf me het gevoel dat ik op dat moment op een dood spoor zat, dus liet ik het idee varen om over haar te schrijven.

Snel vooruit naar vandaag, en Starr is van gedachten veranderd. 'Ik moest mijn mening herzien', schreef hij me in een verrassende e-mail. Ook plaatste hij een link naar een nieuwe post op zijn website, waarin hij uitgebreid uitlegt hoe hij tot de conclusie kwam dat Ku-Baba toch had kunnen bestaan.

'Ik heb lang getwijfeld of Ku-Baba überhaupt bestond', schrijft hij in de post. 'Ik geloofde dat de verwijzing een sluwe gemene grap was van de schrijver die de Koningslijst schreef.'8221

Wat Starr van gedachten deed veranderen, was een albasten standbeeld in het Louvre van Girsu, met een beetje te veel oogmake-up om gewoon je doorsnee Sumerische priesteres te zijn, zoals hij aanvankelijk had gedacht. “Toen ik het beeld voor het eerst zag, dacht ik dat het een Sumerische priesteres was, omdat ze een ronde hoofdband lijkt te dragen,”, schrijft hij, “. . .hoewel ik voor een priesteres dacht dat ze een beetje hardhandig was met de make-up.”

Vanuit de ogen reisde Starr terug naar het hoofd, waar het hem duidelijk werd dat het geen hoofdband was die dit beeld droeg - dat het een hoed was die hij nog nooit eerder bij een Sumerische vrouw had gezien. 'De hoed op het beeld lijkt het meest op een herdershoed, de kroon van een Sumerische koning', schrijft hij.

En vanaf daar schrijft Starr zoals alleen hij kan over de kleinste details om Ku-Baba, de eerste vrouwelijke heerser in de geschiedenis, terug te brengen in het rijk van de mogelijkheden, waardoor ik de kans kreeg om over Ku-Baba te schrijven zoals ik oorspronkelijk had gewild.

De eerste vrouwelijke heerser

Ku-Baba, Kug-Bau in het Sumerisch, is de enige vrouwelijke monarch op de Sumerische koningslijst. Ze regeerde tussen 2500 voor Christus en 2330 voor Christus. Op de lijst zelf wordt ze geïdentificeerd als:

… de vrouwelijke herbergier, die de fundamenten van Kish stevig maakte, werd koning die ze 100 jaar regeerde.

Elke bron die ik tijdens mijn onderzoek tegenkwam, inclusief Starr, vroeg zich af hoe een vrouw die een herbergier was koning werd. Vervolgens legden ze uit dat herberg houden een van de vele beroepen was die Mesopotamische vrouwen konden uitoefenen. Nu, afgezien van Starr, beschreven alle bronnen het houden van tavernes als een gerespecteerde bezigheid, zelfs terwijl sommigen zeiden dat tavernes in Sumerië vrijwel bordelen waren. Dit compliceert verder de grondgedachte van een vrouwelijke herbergier die koning wordt, maar in haar artikel op About.com getiteld, “Kubaba, A Queen Among Kings, schrijft Carly Silver, “Ongeacht wat voor soort show ze draaiden , runden vrouwen vaak tavernes, misschien wel een van de weinige onafhankelijke vrouwelijke machtsposities in het oude Sumerië

Silver drijft de vrij hoge status van het beroep van herbergier naar huis door Siduri te noemen, de vrouwelijke herbergier die Gilgamesj ontmoet in de onderwereld op zijn zoektocht naar onsterfelijkheid in het epos van zijn naamgenoot. Daarin geeft de herbergier Gilgamesj, een machtige god-koning, wijze raad over de aard van het menselijk leven, hoe kort het is en hoe men ervan moet genieten.

“Dus in wat waarschijnlijk een zeer belangrijk epos was, zelfs in de oudheid,' schrijft ze, 'werd een vrouwelijke herbergier gezien als een gids langs gevaarlijke paden en een figuur die verering waard was.'8221

Omgekeerd is Starr's beschrijving van de status van herbergier of barmeisje er een die heel anders is dan die van Silver. Hij schrijft: "Door de geschiedenis heen werd een barmeisje doorgaans beschouwd als een vrouw met een losse moraal, vrij beschikbaar voor de beschermheren van de herberg, en niet veel beter dan een gewone prostituee."

Dus, hoe kan dit zijn? Verschillende bronnen prijzen het houden van tavernes aan als een respectabele bezigheid, waardoor het bijna klinkt alsof het een voet tussen de deur was voor Ku-Baba om zelf koningin te worden, terwijl één het bijna toeschrijft aan prostituees.

Het helpt dat Starr een onderscheid maakt tussen een louter barmeisje die drankjes slingert en klanten voorziet van haar bedrijf, en iemand die eigenaar is van het etablissement waar dit bedrijf plaatsvindt, een onderscheid dat andere bronnen niet noemen. Starr classificeert ook een eigenaar van een taverne als 'middle class', terwijl hij herhaalt dat de werknemer die de drankjes slingert 'een gewone burger' is, en een gewone burger.'8221

Bovendien helpt het om op een andere manier naar de foto te kijken, om duidelijker te zien hoe het houden van herbergen zich verhoudt tot de opkomst van Ku-Baba's tot royalty's.

Volgens Starr, hoewel er geen twijfel over bestaat dat Ku-Baba een gewone burger was, was ze misschien geen herbergier. Starr stelt in zijn post dat het haar ouders waren die herbergiers waren, een goudklompje waarvan hij zegt dat haar vijanden haar verdraaiden en tegen haar gebruikten om haar reputatie en nalatenschap te bezoedelen. 'Ik geloof dat Ku-Baba om propagandaredenen onterecht werd gekarakteriseerd als een schurk (de gebruikelijke beschrijving van een vrouwelijke barkeeper),' schrijft Starr. 'Ik denk dat het een bewuste poging was om haar reputatie te bezoedelen. Het is het soort dingen dat haar vijanden over haar zouden zeggen.'

Kortom, we moeten het idee loslaten dat Ku-Baba een herbergier was om uit te zoeken hoe ze zelf een koningin werd, want alles is twijfelachtig als je een vijand hebt, wat ze deed, volgens naar Starr.

En wie was die vijand, vraag je? Sargon van Akkad, onze favoriete baby in een mand hier in AllMesopotamië.

Nogmaals, ik wijs u op het artikel van Starr voor een uitgebreider verhaal van dit verhaal en een presentatie van de zaak met betrekking tot het vorige beroep van Ku-Baba, maar Sargon van Akkad eigende zich de troon van Kish toe van Ur-Zababa, Ku-Baba's 8217s kleinzoon, 31 jaar na haar dood, die als achtergrond diende voor de conclusie van Starr's8217.

Maar hoe nam Ku-Baba de troon?

In haar artikel getiteld “Ku-Bau, de eerste vrouwelijke heerser,”, schrijft Darci Clark: “Over het algemeen zouden andere vrouwen in de Mesopotamische samenleving alleen politieke invloed kunnen uitoefenen via hun relaties met de koning.' 8221

Starr herhaalt de verklaring van Clark's 8217: 'Sumerische koninginnen waren altijd de vrouwen van koningen. Ze hebben nooit alleen geregeerd.”

Oké, maar zou een koning met een gewone burger trouwen?

“Hoewel het hoogst onwaarschijnlijk is dat een koning met een gewone burger zou trouwen,'legt Starr uit, 'behoort het zeker tot de mogelijkheden'.

Het is mogelijk dat Ku-Baba met een koning is getrouwd, maar in oude teksten wordt niet vermeld dat zoiets gebeurt. Toch was er een koning bij betrokken. Volgens Clark werd Ku-Baba lugal van Kish na het uitvoeren van een vriendelijke daad. Het lijkt erop dat een koning'Puzur-Nirah, koning van Akshak, Ku-Baba namelijk haar koningschap heeft toegekend voor een 'vrome daad'.

Toen ik dit verder onderzocht, kwam ik een artikel tegen op de website History Hustle, getiteld '8220Kubaba, de barman die de eerste vrouwelijke heerser in de geschiedenis werd', dat me wees op de Weidner Chronicle, een interessante oude Babylonische religieuze tekst, waarin de daad en de beloning worden beschreven:

Tijdens het bewind van Puzur-Nirah, koning van Akšak. . . Kubaba gaf brood aan de visser en gaf water, ze dwong hem de vis aan Esagila aan te bieden. Marduk de koning, de prins van Apsu, begunstigde haar en zei: "Laat het zo zijn!" Hij vertrouwde Kubaba de herbergier de soevereiniteit over de hele wereld toe. (Lijnen 43-45, Weidner Chronicle)

Een vrouwelijke erfenis

Er is heel weinig bekend over het bewind van Ku-Baba. We weten wel dat ze Kish sterk heeft gemaakt en dat ze 100 jaar heeft geregeerd. Het is dan ook gemakkelijk om te concluderen dat ze een succesvolle monarch was. Echt, er is geen enkele manier waarop ze niet had kunnen zijn.

Starr schrijft: 'Elke vrouwelijke troonpretendent die het niet uitstekend deed, zou snel midden in een staatsgreep terechtkomen. Ze was capabel genoeg en gerespecteerd genoeg om aan de macht te blijven en een dynastie te vestigen

Die dynastie, de 4e dynastie van Kish, duurde twee generaties en eindigde met de bovengenoemde Ur-Zababa, zoon van Puzur-Suen, zoon van Ku-Baba. Niet slecht voor een vrouw die in een mannenwereld leeft, en een mannenwereld was dat ook.

Carly Silver schrijft dat Ku-Baba's8217s door latere generaties werd herinnerd als een ongepaste usurpator. Ze verwijzen ook naar Ku-Baba als ze dingen beschrijven die niet zijn zoals ze zouden moeten zijn: vrouwen die mannenrollen op zich nemen, zijn nooit populair geweest. “Door de taken van een man – een koning – op zich te nemen, bleek Kubaba een grens te hebben overschreden en de genderdivisies op een ongepaste manier te overstijgen,’ schrijft Silver.

Er werd ook naar Ku-Baba verwezen toen een long er niet zo goed uitzag, of als een kind werd geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen. “Het combineren van mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen in een individu zou haar heerschappij weerspiegelen als lugal, of koning, die de ouden zagen als een schending van de natuurlijke orde der dingen,' schrijft Silver.

Desalniettemin leefde Ku-Baba tot de Babylonische tijd in de herinnering van de mensen en werd hij een godin. 'Maar ze was nog steeds een barmeisje', legt Starr uit. 'In alle verhalen over haar wordt ze afgeschilderd als een vriendelijke vrouw. . . Ku-Baba verloor nooit de ‘common touch’. Koningin Ku-Baba was altijd ‘the people's queen’.”

Of haar nalatenschap, toen ze een echte herinnering was, een positieve of een negatieve was, vandaag, in 2017, is Ku-Baba's erfenis die van de (geschreven) eerste vrouwelijke heerser van de geschiedenis, iemand die alleen kan worden belasterd door een verleden dat door haar vijand zou zijn vervalst, en iemand wiens overwicht op de troon was gebaseerd op vriendelijkheid.


Bekijk de video: Божественная. Король и Шут. Защитники